Hersentumorchirurgie vraagt om maatwerk
Auteur: Koen Scheerders EMC 18-2-2026
Een operatie bij een glioblastoom – een zeldzame, agressieve vorm van hersenkanker – is op het scherpst van de snede: elke millimeter kan levens verlengen, maar ook blijvende schade veroorzaken. Neurochirurgen maken die afweging nu nog vaak op basis van ervaring. Onderzoekers van Erasmus MC ontwikkelen daarom een voorspellend model, dat operaties beter onderbouwt én patiënten meer inzicht geeft in hun behandelkeuzes.
Risicovolle operatie
In de afgelopen drie decennia is er veel veranderd in de behandeling van kanker. Zo zijn er effectievere medicijnen en verbeterde operatietechnieken, en combinaties daarvan. Die zorgen ervoor dat mensen met kanker vaak weer beter kunnen worden, of in elk geval langer kunnen leven. Bij glioblastoom is dat niet het geval. Dat komt doordat de tumor in de hersenen ligt en is verweven met het hersenweefsel. Opereren is daarom risicovol.
Hoe meer tumor de neurochirurg kan verwijderen, hoe groter de kans op levensverlenging. Maar hoe uitgebreider de ingreep, hoe groter het risico op blijvende schade aan belangrijke hersenfuncties zoals spraak of motoriek. ‘Bij een hersenoperatie voor glioblastoom kun je nooit al het tumorweefsel wegnemen’, zegt Jasper Gerritsen, neurochirurg in opleiding bij het Erasmus MC. ‘Er zijn altijd kleine cellen in de hersenen die kunnen uitgroeien. Het is een kwestie van tijd voordat de tumor terugkomt.’
Balans
Hoe gaat een neurochirurg dan te werk bij zo’n ingewikkelde operatie? ‘Hij moet genoeg tumorweefsel wegnemen, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat er zo min mogelijk functieverlies optreedt’, zegt Gerritsen. Hoe die balans uitslaat, is ook nog eens afhankelijk van de tumorkarakteristieken: hoe agressiever de tumor, hoe meer weefsel je moet verwijderen. ‘Je wilt zo min mogelijk schade toebrengen aan de hersenen, maar je wil ook niet dat de tumor snel terugkomt.’
Bij zo’n operatie staat dus veel op het spel. En toch werkt een neurochirurg heel vaak op basis van ervaring, lokale gebruiken en gemiddelde uitkomsten op basis van grotere groepen patiënten, zegt Gerritsen. ‘We weten veel over groepen patiënten, maar wetenschappelijk bewijs dat voorspelt of een specifieke operatie voor de individuele patiënt de beste is, is er vrijwel niet. Dat maakt het gesprek over de operatie vaak onzeker.’
Internationale database
Om daar verandering in te brengen, zetten Gerritsen en collega’s uit het Erasmus MC, samen met internationale collega’s, een samenwerkingsverband op. Dit PIONEER-consortium moet het structurele tekort aan hoogwaardig wetenschappelijk bewijs in de neuro-oncologische chirurgie aanpakken. PIONEER wordt geleid door het Erasmus MC met de University of California San Francisco en bestaat uit meer dan twintig toonaangevende academische centra over de hele wereld.
Door de gegevens van deze centra te bundelen, ontstond de grootste internationale database van glioblastoomoperaties ter wereld. Hiermee konden de onderzoekers systematisch kijken naar de beste methodes om mensen met glioblastoom te opereren. Ze voegden de informatie samen van ruim 7.000 operaties en uitkomsten, en maakten daar een voorspellend model van.
Voorspellend model
Dat was geen sinecure, zegt Gerritsen. ‘Glioblastomen zijn relatief zeldzaam en elk behandelcentrum hanteert andere richtlijnen. We hebben één dataset gemaakt, waarmee we behandeluitkomsten van verschillende soorten operaties kunnen simuleren voor een individuele patiënt. Zo kunnen we samen met de patiënt de voors en tegens afwegen, en samen een weloverwogen behandelbeslissing maken.’
Daarnaast blijven de onderzoekers patiënten de komende jaren volgen om hun model aan te passen en verder te verfijnen, zodat ze er steeds betere voorspellingen mee kunnen maken. ‘Zo kunnen we een betere inschatting geven over de overleving, neurologische uitkomsten, en kwaliteit van leven voor de patiënt na de operatie. Daarmee bepalen we wat de beste behandeling is voor de individuele patiënt.’